Ambacht met papier

Handboekbinden en papierknippen, door Mennie Oosterhuis en Marius de Schaar in Forum Bibliotheek Vinkhuizen.
Handboekbindwerk
De ambacht van het boekbinden gaat terug tot het begin van de jaartelling. De onhandige boekrollen werden vervangen door de zogenaamde codex: een bundel losse vellen die aan elkaar genaaid werden. De codex kreeg later een houten voorkant en achterkant en werd zo een boek. Boeken waren heel kostbaar en daarom werd aan het binden veel aandacht besteed. Boekbinders pasten allerlei versieringen toe zoals slotjes, blinddrukken van de titel, bekleden met leer of het vergulden van de bladranden.
Met de komst van papier naar Europa in de hoge middeleeuwen werd het makkelijker om mooie boeken te maken. De hoeveelheid boeken nam enorm toe na de uitvinding van de boekdrukkunst in de 15e eeuw. Vanaf de 19e eeuw werden boeken vooral machinaal gemaakt. Het handboekbinden bleef echter bestaan voor unieke exemplaren: kunstwerkjes waar de liefde voor het geschrevene tot uitdrukking komt.
Papierknipkunst
De papierknipkunst, het snijden of knippen van vormen uit papier, komt oorspronkelijk uit China. In 105 CE vond Cai Lun het papier uit. Behalve erop schrijven, kon je er nog veel meer mee. Vanaf 1586 wordt papier gemaakt in Nederland. Ook hier begonnen kunstenaars in papier te knippen. Het oudste Nederlandse knipwerk stamt uit 1589, waarmee ons land één van de oudste kniptradities in Europa heeft. In de 18e en 19e eeuw werd knippen een volkskunst, vooral na 1850 toen goedkoop papier op de markt kwam. In de 20e eeuw leek het knippen op sterven na dood, maar werd nieuw leven in geblazen door onder meer Wiecher Tjeert Lever met zijn knipmuseum in Roden en later Westerbork.
